06-30651388 info@ruiterhygiene.nl
Muizen

Huismuis

De huismuis is een vindingrijk, nieuwsgierig en kieskeurig knaagdier dat zich moeilijk laat vangen. Zoals zijn naam al prijsgeeft, leeft de huismuis graag binnenshuis. De huismuis verdraagt de kou niet goed. Ze komen bedrijven binnen via o.a. openingen onder deuren, spleten of kieren in muren of via dakpannen.

  • Een volwassen huismuis heeft een lichtbruine tot donkergrijze kleur, met een lichtgekleurde buik
  • De muis wordt 7 à 10 cm groot en kan tot 30 gram wegen
  • De huismuis is slank gebouwd en kan makkelijk in spleten en kieren kruipen. Hij heeft een spitse kop met grote oren en een dunne staart die ongeveer even lang is als het lichaam

De huismuis is een uitstekende klimmer en bouwt zijn nest boven plafonds. Toch wordt hij het meest gevonden in keukens of opslagplaatsen voor voeding. Het nest wordt in de onmiddellijke omgeving van de voedingsbron gemaakt, de muizen verplaatsen zich dan ook altijd beperkt: in een straal van 10m rond het nest.

De huismuis is een nachtdier en gaat ’s nachts op zoek naar voedsel en nestmateriaal. Hij is een alleseter, maar verkiest plantaardige producten zoals peulvruchten of noten. Ze moeten 3 gram voedsel per dag eten, maar kunnen wel vrij lang zonder drinken.

Het wijfje kan 6 tot 10 worpen per jaar doen, met een draagtijd van drie weken. Een worp kan 5 tot 6 jongen bevatten. Na twee maanden zijn de jongen geslachtsrijp. De huismuis leeft ongeveer één jaar, maar kan in de tussentijd voor heel wat nakomelingen zorgen wat al gauw tot een grote muizenplaag leidt.

  • De huismuis kan ziektekiemen verspreiden door ons voedsel te bevuilen met uitwerpselen en urine;
  • Knaagschade: de muis knaagt aan allerlei materialen om zijn tanden te scherpen. Daarnaast verzamelt hij zachte materialen zoals isolatie of papier en karton om zijn nest mee te bouwen
  • Zijn uitwerpselen vervuilen onze omgeving: dikke, spitsvormige uitwerpselen tot 0,8 cm lang en tot 0,3 cm dik

Spitsmuis

Spitsmuizen leven in groene (ruige) omgevingen rondom gebouwen en huizen. Als het buiten kouder wordt, verhuizen ze naar binnen voor een warm nest en voedsel. Ze zijn geen typische knaagdieren, maar juist insecteneters.

  • Spitsmuizen zijn erg levendig en brengen een zacht piepend, fluitend of tjilpend geluid voort
  • De volwassen spitsmuis is 6 à 9 cm lang, heeft een smalle spitse schedel en tanden die gemaakt zijn voor het eten van insecten. Zijn neus en snorharen zorgen hij ervoor dat hij overal de weg vindt
  • De spitsmuis heeft een indringende geur en daarmee onderscheidt hij zich van andere muizen
  • Hij heeft een sterk glanzende vacht en bij de mannetjes is de muskusklier zichtbaar
  • De spitsmuis heeft een bruine of grijsbruine kleur, de buik heeft een lichtere kleur. Zijn staart vormt 2/3de van zijn lichaamslengte en bevat lange, afzonderlijke haren

    De spitsmuis is een vlugge, beweeglijke muis die goed kan zwemmen. Het is een nachtdier en gaat ’s nachts op zoek naar voedsel en nestmateriaal. Binnen bouwt hij z’n nest op beschutte plaatsen, soms in isolatiemateriaal. Buiten nestelt hij zich in beplantingen en composthopen of graaft hij onderaardse holen.

    De spitsmuis is een insecteneter. Om te kunnen overleven, moeten er voldoende insecten in het gebouw aanwezig zijn. Hij heeft een grote voedingsbehoefte: namelijk zijn eigen lichaamsgewicht per dag. Zijn grote eetlust werkt in ons voordeel, hij helpt ons gelijk af van vervelende insecten (spinnen, wormen, slakken, larven).

    De huisspitsmuis heeft een 2 à 3-tal worpen per jaar van vijf tot zeven jongen. De moeder neemt de jongen al erg vroeg, na 1 week, mee op sleeptouw. Ze lopen dan in een soort ganzenmars achter elkaar aan. De spitsmuis leeft twee à drie jaar.

    • Geurhinder: de spitsmuizen hebben een erg onwelriekende muskusgeur.
    • Ze vervuilen onze omgeving en het voedsel met hun urine en uitwerpselen.
    • Spitsmuizen zijn dragers van bepaalde ziekten zoals Leptospirose die ze op de mens kunnen overdragen. Dit gebeurt door contact met besmette spullen.

    Veldmuis

    De veldmuis leeft bij voorkeur op droge, zonnige en beschutte plaatsen met een ruige en dichte plantengroei. Hij loopt rond in kort, niet te vochtig grasland, akkers of braakliggend terrein.

    • De volwassen veldmuis wordt tussen de 9 en 12 cm groot
    • De veldmuis heeft een plompe bouw, stompe snuit en zijn ogen en oren zijn haast in de vacht verborgen. De veldmuis heeft een lichtbruine tot grijsbruine rug met soms kleurenvariaties tot zwart. Zijn buik is eerder lichtbruin
    • De staart van de veldmuis is veel korter dan zijn lichaam (1/3de) en behaarder
    • Pasgeboren veldmuisjes zijn blind en kaal

    De veldmuis is een uitstekende graver en bouwt zijn nesten soms tot wel 60cm diep. De veldmuis springt of klimt zelden of nooit. Hij laat behoorlijk wat sporen na rond zijn holen en eetplaatsen: ‘looppaadjes’ die de uitgangen van de holen verbinden, groenachtige uitwerpselen (tot 0,8cm lang), schade aan het weiland door de ondergrondse gangen.

    De veldmuis is een uitstekende graver en bouwt zijn nesten soms tot wel 60cm diep. De veldmuis springt of klimt zelden of nooit. Hij laat behoorlijk wat sporen na rond zijn holen en eetplaatsen: ‘looppaadjes’ die de uitgangen van de holen verbinden, groenachtige uitwerpselen (tot 0,8cm lang), schade aan het weiland door de ondergrondse gangen.

    De veldmuis kant zich snel en massaal voortplanten, maar vallen vaak ten prooi aan roofvogels, hermelijnen, enz. Hierdoor ontstaan 3 tot 5-jarige cycli van veldmuizenplagen. Wijfjes doen vijf à zes worpen per jaar die een nestgrootte hebben van 5 tot 6 jongen. De draagtijd is 3 weken en de jongen zijn na 25 dagen geslachtsrijp. De veldmuis wordt maximaal 1,5 jaar oud,

    • Knaagschade: aan de voet van de bast van jonge bomen
    • Schade in weilanden, grasmatten en bouwland door zijn ondergrondse gangen
    • Schade aan boomgaarden
    • De veldmuis kan modderkoorts overbrengen.

    Bosmuis

    De bosmuis is vooral te vinden in bosranden met dichte begroeiing, open bosplekken met struikgewas en ook in aangrenzende tuinen met bomen en struikgewas. Door hun lange achterpoten zijn bosmuizen uitstekende springers, ze springen 65cm hoog en tot 80cm ver.

    • De volwassen bosmuis is een stevige muis die wel tot 10,5 cm lang kan worden
    • Ze hebben een spitse neus, grote uitstaande oren, grote zwarte ogen en een lange staart van 7,3 – 11,5 cm
    • Bosmuizen hebben een licht geelbruine tot donkerbruine kleur en een lichtere kleur op de buik. De beide zijden zijn gemarkeerd door een oranje-bruine scheidingslijn
    • De bosmuis wordt vaak verward met de huismuis, maar de bosmuis heeft grotere ogen en oren en zijn achterpoten zijn forser uitgevallen

    Bosmuizen kunnen erg goed graven. Ze bouwen hun nest ondergronds, vaak onder boomwortels en soms tot 1 meter diep. Het ondergrondse nest heeft twee ingangen en een voorraadkamer voor hun voedsel op te slaan.

    Ze eten zowel klein ongedierte zoals insecten en wormen, als groene plantendelen, als noten, gedroogde vruchten, bessen en zaden.

    De bosmuis kan 2 tot 4 worpen per jaar doen. Zo’n worp bevat drie tot zeven jongen. De bosmuis wordt maximaal 1 jaar oud.

    • Geurhinder: de bosmuis heeft een specifieke geur die lijkt op wildgeur
    • Knaagschade: de bosmuis knaagt graag aan knoppen van bloemen, consumptienoten en gedroogde vruchten. Het dier is vooral vervelend in de land- en tuinbouw waar het bietenzaden opeet.