Uiterlijk veldmuis:

  • Rug bruin tot grijsbruin, soms kleurvariaties tot zwart toe,
  • buik lichter tot lichtbruin.
  • Plompe bouw, stompe snuit, in de vacht verborgen oren en ogen.
  • Volwassen: 9 tot 13cm lichaamslengte.
  • Staartje veel korter dan lichaam (ca. 1/3 lichaamslengte); lengte staart 4.5cm. 

Ontwikkeling veldmuis:

  • Wijfjes gemiddeld 4 a 6 worpen per jaar; nestgrootte 5 tot 6 jongen.
  • Draagtijd: 3 weken.
  • Zoogperiode: onbekend, vermoedelijk 3 a 4 weken.
  • Jongen na 24 dagen geslachtsrijp.
  • Maximale levensduur: 1 jaar tot 16 maanden.

Leefwijze veldmuis:

  • Uitstekende graver; leeft bij voorkeur op droge, zonnige en beschutte plaatsen;  vooral met ruige en dichte plantengroei.
  • Voedsel: graangewassen, bollen, aardappelen, kool, wortels en boomschors
  • Schuilplaatsen: ondergronds in zelfgegraven holen. Meestal horizontaal,  nesten op 15 tot 30cm.
  • De uitgangen van het nest zijn altijd geopend en onderling verbonden door voor de veldmuis typerende looppaadjes.
  • Sporen: holen, uitwerpselen 0.5 tot 1.2cm lang, 0.2cm dik, groenachtig,
  • Veldmuizen klimmen en springen zelden of nooit.

Schade veldmuis:

  • Knaagschade aan de bast aan de voet van jonge bomen.
  • Overbrengen van modderkoorts.
  • Schade in weilanden door ondermijnen van de grasmat.
  • Schade in boomgaarden kan zeer aanzienlijk zijn (ringen van de bomen)

Wering / bestrijding veldmuis:

  • Voorkomen dat voor veldmuizen geschikte biotoop ontstaat, dus geen    terreinen met ruige begroeiing.
  • Goed weidebeheer, grasmat kort, egaal houden; slootkanten schoonhouden.
  • Boomgaardbescherming, bomenrij in zwarte grond; valfruit en snoeihout verwijderen bij windsingels, bodembegroeiing kort houden.